Een heel hoofdstuk doornemen op de laatste avond is niet slim om te doen. Je hebt dan niet genoeg tijd om alles te lezen. Bovendien maak je je dan druk omdat je niet genoeg tijd meer hebt, waardoor je niet rustig genoeg bent om goed te kunnen leren.
-
Maak een to-do-lijstje
.jpg)
Zo weet je precies hoeveel je nog moet doen en vergeet je niks. Het is ook fijn om door te strepen wat je af hebt; zo lijkt alles een stuk sneller te gaan! Bovendien kan je met jezelf afspreken dat je iets leuks mag doen als je een taak af hebt.
-
Zoek een rustig plekje op
Bijvoorbeeld op je eigen kamer of in de bibliotheek. Met heen en weer rennende broertjes of een televisie die hard staat, kan je je niet goed concentreren.
Samen huiswerk maken heeft veel voordelen. Je kunt elkaar helpen. Je gaat minder snel iets anders doen (als jij al klaar bent met je sommen, maar je vriend(in) nog niet, dan begin jij alvast aan een andere opdracht, terwijl je anders even pauze zou houden). En het is natuurlijk gezelliger!
-
Onderstreep belangrijke dingen
Als je de belangrijke dingen uit een tekst onderstreept of markeert, kan je in één oogopslag zien waar de belangrijke tekst staat. Op die manier kan je een volgende keer heel snel door de tekst heen, want je leest alleen de onderstreepte tekst.
Als je jezelf voorleest, moet je actief met je gedachten bij de tekst blijven. Zo kunnen je gedachten niet afdwalen. Bovendien hoor je jezelf praten waardoor je de leerstof niet alleen leest, maar ook hoort.
-
Maak samenvattingen, lijstjes en schema’s
Lange teksten onthouden is moeilijk. Als je de stof samenvat in een samenvatting, lijstje of schema hoef je de volgende keer een stuk minder lange tekst te leren. Bovendien heb je het op deze manier allemaal al een keer gelezen.
-
Herhaal wat je moet leren

Hoe vaker je iets leest of hoort, hoe beter je het onthoudt. Lees je samenvatting daarom niet één keer, maar wel tien keer.
-
Wissel maak- en leerwerk af
Afwisseling in je huiswerk maakt het leuker en je kunt je er beter door concentreren. Maak bijvoorbeeld eerst je wiskunde, lees dan een paragraaf Nederlands en schrijf daarna je biologieverslag.
Vraag je vader, zus, vriendin of wie dan ook of ze je willen overhoren. Op die manier kom je te weten wat je al goed kent en waar je nog even extra aandacht aan moet besteden.
Niet om mee te nemen tijdens de toets, maar als je ze maakt, onthoud je wat je erop schrijft toch opeens! En dan heb je ze natuurlijk niet meer nodig. Helaas werkt dit niet voor iedereen.
Hierdoor weet je wat voor vragen er ongeveer gesteld gaan worden. Bovendien kan je testen of je nog wat door moet leren of dat je alles moeiteloos kunt beantwoorden en dus iets leuks kunt gaan doen!
Uren achter elkaar boven je boek hangen is vermoeiend, saai en niet nuttig, want na een half uur leren kan je je minder goed concentreren. Daarom kan je beter af en toe even iets anders gaan doen. Iets te drinken pakken of naar het toilet bijvoorbeeld. Even bewegen is ook lekker, want je zit al zo lang stil!
Hoe warmer je kamer, hoe sneller je in slaap valt. Dus heb je veel te doen? Zorg er dan voor dat het lekker fris is.